31 maart 2026

Kees kwam 25 jaar op voor de stem van cliënten

Toen Kees in 2002 begon bij de bezoekersraad van het dagactiviteitencentrum Hellevoetsluis, had hij niet kunnen vermoeden dat hij ruim twee decennia later nog steeds actief zou zijn in de cliëntenmedezeggenschap. Inmiddels is hij bijna 25 jaar betrokken geweest bij de cliëntenraad van wat nu Antes is. Op 69-jarige leeftijd doet hij deze maand een stap terug. “Het is mooi geweest. Maar het werk van de cliëntenraad blijft belangrijk. De stem van cliënten moet gehoord worden.” 

Het verhaal van Kees begint in 1992. Op zijn 35e krijgt hij een psychose en wordt hij opgenomen in het toenmalige Delta Ziekenhuis. Hij verblijft op verschillende afdelingen op het terrein, van 2000 tot 2010 op de Goudesteinstraat in Hellevoetsluis en van 2010 tot 2016 woont hij  in een bungalow op het terrein. Uiteindelijk stroomt hij door naar een 55 plus flat in de regio Rotterdam, waar hij nu nog steeds woont. 

Zijn achtergrond speelt een belangrijke rol in zijn keuze om zich in te zetten voor anderen. Kees studeerde aan de landbouwuniversiteit in Wageningen en werkte een tijd bij het ministerie van Landbouw. Kees: “Ik had een opleiding en een achtergrond. Ik wilde daar nog iets mee doen,” vertelt hij. “En ik wilde ook iets doen voor andere cliënten: de zorg beter maken.” In  2005 wordt hij lid van de cliëntenraad van Delta. Hij maakt daarna meerdere fusies mee – onder andere met Bouman en Bavo Europoort – waardoor uiteindelijk Antes ontstaat. 

De cliëntenraad heeft volgens Kees een duidelijke kern: luisteren naar cliënten en hun ervaringen vertalen naar verbeteringen. “Wij praten niet over persoonlijke behandelplannen,” legt hij uit. “Maar wel over dingen die voor iedereen belangrijk zijn: eten, schoonmaak, de modules die clienten kunnen volgen, de bejegening van cliënten en hoe bijvoorbeeld het verlof geregeld is.” Samen met een collega van de cliëntenraad bezocht hij jarenlang verschillende klinieken. Ze spraken met cliënten die dat wilden en koppelden signalen vervolgens terug aan leidinggevenden. “Dat is eigenlijk de basis van het werk,” zegt Kees. “Daar hoor je wat er speelt. En vanuit die gesprekken kun je dingen aankaarten bij de hoofden van de bezochte klinieken en bij de maandelijkse vergaderingen met het bestuur.” Naast deze bezoeken heeft  de cliëntenraad ook een rol bij sollicitatieprocedures. Kandidaten voor leidinggevende functies voerden een gesprek met de raad voordat een definitieve beslissing werd genomen. “Dat vond ik altijd een leuke en belangrijke taak,” vertelt Kees. 

Zinvol bezig zijn 
Het werk voor de cliëntenraad gaf hem structuur én betekenis. “Het zorgt voor een daginvulling en het gevoel dat je iets nuttigs doet,” zegt hij. “Dat je bijdraagt aan betere zorg voor anderen.” Door de jaren heen zag hij ook dat de cliëntenraad serieus genomen werd. De raad heeft regelmatig overleg met het management en kan advies geven bij veranderingen binnen de organisatie. “Je krijgt niet altijd alles voor elkaar,” zegt Kees realistisch. “Maar je wordt wel gehoord. En dat is belangrijk.” 

Een verschil maken 
Een voorbeeld waarbij de stem van cliënten volgens hem echt verschil maakte, is de discussie over rookbeleid. Binnen de zorg wordt roken steeds verder teruggedrongen. Toch vond de cliëntenraad het belangrijk dat cliënten niet gedwongen zouden worden om te stoppen. “Roken is een sterke verslaving,” zegt Kees. “En in de psychiatrie speelt het extra, omdat mensen veel spanning ervaren.” Uiteindelijk bleef er ruimte voor cliënten om te roken, zonder dat het volledig verboden werd. “Dat soort gesprekken laten zien dat cliëntenparticipatie ertoe doet.” 

Ook bij andere ontwikkelingen probeerde de cliëntenraad invloed uit te oefenen, bijvoorbeeld bij nieuwbouwplannen of veranderingen op het terrein. Zo dacht Kees mee over het nieuwe gebouw van het werk- en activiteitencentrum (WAC) van Reakt. “Daar mochten we al in een vroeg stadium meedenken over hoe het gebouw eruit moet gaan zien. Dat is precies zoals cliëntenparticipatie bedoeld is.” 

Mooie samenwerking 
Een ander moment dat hem is bijgebleven, is zijn betrokkenheid bij twee symposia over herstel, georganiseerd samen met geestelijke verzorging en ervaringsdeskundigen. “De eerste heette Herstel doe je samen,” vertelt hij. “Bij het tweede symposium was ik een van de trekkers van de organisatie. Er kwamen ongeveer honderd mensen op af. Dat was een mooie samenwerking. Zulke initiatieven laten zien wat mogelijk is als cliënten, professionals en bestuurders samenwerken." 

Een nieuwe fase 
Nu hij 69 is, vindt hij het tijd om het rustiger aan te doen. Twee nieuwe leden van de cliëntenraad nemen een deel van zijn werkzaamheden over, waaronder de bezoeken aan afdelingen. “Dat geeft een goed gevoel,” zegt hij. “Mijn werk wordt voortgezet.” Daarnaast wil hij meer tijd besteden aan andere dingen: biljarten bij een seniorenvereniging, musea bezoeken, naar voorstellingen gaan en vrienden uit zijn studietijd vaker zien. Ook overweegt hij om af en toe langs te gaan bij een seniorencafé in de buurt. “Maar ik ga daar niets organiseren,” lacht hij. “Alleen deelnemen.” 

Duidelijke boodschap 
Na bijna een kwart eeuw heeft Kees een eenvoudige maar duidelijke boodschap voor nieuwe leden van de cliëntenraad. “Ga vooral mee naar de afdelingen en praat met cliënten. Dat is het leukste en het belangrijkste deel van het werk.” Daar ontstaan volgens hem de echte signalen en ideeën voor verbetering. 

Toekomstwens 
Voor de toekomst hoopt Kees vooral dat cliëntenparticipatie stevig blijft staan binnen de organisatie. “Alles wat er in de zorg gebeurt, gebeurt uiteindelijk voor cliënten,” zegt hij. “Dan is het ook logisch dat cliënten daarbij betrokken worden. En het liefst zo vroeg mogelijk. Als we horen van een nieuwe ontwikkeling dienen we vaak een ongevraagd advies in. Als plannen al helemaal vaststaan, kun je er weinig meer aan veranderen. Betrek cliënten dus op tijd. Dan kun je samen betere keuzes maken.” Na 25 jaar kijkt Kees met tevredenheid terug. “Ik heb het altijd met plezier gedaan,” zegt hij. “En ik hoop dat de cliëntenraad nog lang een sterke stem blijft voor cliënten.”